
Het mierenvolkje
1.
Het mierenvolkje trekt voorbij,
Zij komen in een lange rij
En krabbelpoot, en trippelspriet
Die zingen blij het mierenlied:
2.
”Wij vlijtig volkje van de grond,
Wij rennen rustloos in het rond,
Nu daar, dan hier, en ied’re mier
Doet steeds zijn dagwerk met plezier.
3.
Wij hebben o zo lang gebouwd
Aan ons paleis in ’t dennenhout,
Met raampjes klein en deurtjes fijn,
Waar wij gezellig samen zijn.
4.
Het lopen zijn wij wel gewend
Door lange gangen zonder end;
We leggen daar ons vrachtje zwaar,
Het eten voor de winter klaar.
5.
Maar zet de mens zijn zware hak,
Plof! Op ons dennennaaldendak,
Al is ’t abuis, dan valt in gruis
Ons hele, hele mierenhuis!”
Tekst: J.M. Bruinier
Muziek: C. Geerlings
Uit: 'Ringel rangel rijgen'
dit liedje is pentatonisch
bekijk de bladmuziek
Klik op de titels van de liederen
, pentatonisch, kwintenstemming , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonischMerel. mees en molenwiek (en 't muisje)
, pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonischIk ben een zaadje klein en rond
, pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonischdownload de bladmuziek van al deze liederen