
14. Vrolycke herders, olycke knapen
1.
Vrolycke herders, olycke knapen
die singhen alse niet en slaepen:
heisa ho hee! laet lustigh ons singhen,
welgemeyt int ronde springhen.
David een kloecken herder was,
droegh oock een staf ende herderstasch. -
2.
Pypend een liedeken, sat van te slaepen,
so hoeden wy ons kudcfeken schaepen,
bly singhen wy, God heere ter eere,
wie salt weren, d'ruggh' er toe keeren?
Ddaer isser geen soot euvel diet,
deet te mael David het selver niet?
3.
Toen hy de viant hadde verslaghen
wierdt hy coninck al syne daghen,
cieraet der joden, schepter in handen,
potentaet vans heeren landen.
Alleman mach op David sien:
synder die herders geen wackre liên?
bekijk de bladmuziek
Klik op de titels van de liederen
, pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , pentatonisch , Duits , Frans , pentatonisch , Duits , pentatonisch , pentatonischSeptember brengt een overvloed
, pentatonisch , pentatonischZonnelicht doorstroomt de weidse ruimte
, pentatonisch , DuitsScheepje vaar ons over zee - driestemmige canon
, pentatonisch , pentatonischIk heb een roosje in mijn hand
, pentatonischEn als weerom de zonne straalt
, pentatonischAlles zwijgt thans, nacht rondomme.
Er staat een molentje bij de brug
Die Sonne tönt nach alter Weise
, Duitsdownload de bladmuziek van al deze liederen
